Cameratoezicht

Inhoud

  1. REGLEMENT CAMERATOEZICHT WEPAQ
  2. INLEIDING CAMERATOEZICHT BEDRIJVEN
  3. RANDVOORWAARDEN CAMERATOEZICHT
  4. DO’S EN DON’TS

Leeswijzer

Hoofdstuk 1 betreft het Reglement Cameratoezicht van Wepaq. De overige hoofdstukken betreffen de handreiking cameratoezicht zoals opgesteld door de MBO Raad. Ter informatie is deze handreiking toegevoegd aan dit document. Tenslotte wordt in de bijlage een weergave gegeven van de betrokkenen en de locaties waar cameratoezicht plaatsvindt.

Reglement cameratoezicht Wepaq

Reglement cameratoezicht Wepaq
Dit reglement cameratoezicht heeft betrekking op alle locaties van Wepaq waar toezicht door middel van camerasystemen wordt ingezet. Het geeft een beschrijving van taken, verantwoordelijkheden en procedures over het cameratoezicht, met het oog op integer gebruik van het camerasysteem en de bescherming van privacy van medewerkers en bezoekers.

Artikel 1 – Begripsbepalingen

1. In dit reglement wordt verstaan onder:

 a. Cameratoezicht: toezicht met behulp van camera’s, waardoor er sprake is van verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens.
b. Heimelijk cameratoezicht: toezicht met behulp van verborgen en/of niet-zichtbare camera’s, of cameratoezicht dat niet kenbaar is gemaakt aan medewerkers en bezoekers.
c. Serverruimte: afgesloten  ruimte, waar de server of opnameapparatuur staat waarop de opgenomen camerabeelden geregistreerd staan.
d. Camerasysteem: het geheel van camera’s, monitoren, opnameapparatuur, verbindingskasten en verbindingen waarmee het cameratoezicht wordt uitgevoerd.
e. Camerabeeld: de door het cameratoezicht verkregen camerabeelden.
f. Beheerder: de door de directie aangewezen medewerkers van Wepaq die verantwoordelijk zijn  voor de inrichting, het beheer en toezicht op het cameratoezicht.
g. Functioneel beheerder: een door de beheerder als zodanig aangewezen persoon die belast is met het cameratoezicht op één of meerdere locaties van Wepaq.
h. Technisch beheerder: de functionaris, die onder verantwoordelijkheid van de beheerder, is belast met het technisch beheer van het camerasysteem.
i. Incident: een waargenomen ongewenst en/of strafbaar feit, ongeval of andere gebeurtenis die vraagt om handhaving, onderzoek en/of strafrechtelijke vervolging.
k. Bewerker: het bedrijf of organisatie die door Wepaq wordt ingehuurd om een deel van het cameratoezicht te verzorgen.
j. Medewerker: eenieder die werkzaamheden verricht in één van de locaties van Wepaq. Hieronder vallen ook stagiaires, uitzendkrachten en bedrijven die op dat moment voor Wepaq of één van de andere bedrijven op de locatie werkzaam zijn.

Artikel 2 –Werkingssfeer en doelstellingen cameratoezicht

1. Dit reglement is van toepassing op medewerkers en bezoekers die zich bevinden in de gebouwen of op de terreinen van Wepaq.
2. Het inzetten van cameratoezicht, en het gebruik van de camerabeelden, is alleen toegestaan voor:
a. de bescherming van de veiligheid en gezondheid van medewerkers en bezoekers;
b. de beveiliging van de toegang tot gebouwen en terreinen, waaronder mede is begrepen het weren van onbevoegde of onbevoegd verklaarde personen;
c. de bewaking van zaken die zich in gebouwen of op terreinen bevinden;
d. het vastleggen van incidenten.
3. Camerabeelden worden uitsluitend gebruikt ten behoeve van de doelstelling zoals genoemd in lid 2.

Artikel 3 – Taken en verantwoordelijkheden

1. Het cameratoezicht geschiedt onder verantwoordelijkheid van de directie.
2. Alvorens te besluiten tot het instellen of intensiveren van cameratoezicht, voert de directie een privacytoets uit, waarbij de mate van inbreuk op de privacy van de medewerkers en bezoekers wordt afgewogen tegen het belang van Wepaq om cameratoezicht te gebruiken. Hierbij wordt meegewogen of de doelstellingen als geformuleerd in artikel 2 tweede lid, op een andere wijze kunnen worden bereikt, met een minder ingrijpend middel dan cameratoezicht.
3. De directie wijst een beheerder aan die verantwoordelijk is voor de inrichting, het beheer en toezicht op het cameratoezicht binnen Wepaq.
4. De beheerder wijst bevoegde medewerkers aan voor het functioneel beheer en het technisch beheer voor het cameratoezicht, en zo nodig een of meer locatiebeheerder(s).
5. De beheerders wijzen voor zichzelf een plaatsvervanger aan, die in geval van afwezigheid in diens taken en verantwoordelijkheden treedt.
6. De beheerder(s) zijn bevoegd tot het live uitkijken van camerabeelden.
7. De beheerder(s), de afdelingsmanagers zijn bevoegd tot het terugkijken van opgenomen camerabeelden.
8. De beheerder en functioneel beheerder kunnen een bevoegde medewerker autoriseren om – onder verantwoordelijkheid van de beheerder of functioneel beheerder – onder nader te stellen voorwaarden en voor een vooraf bepaald doel cq. een vooraf bepaalde periode camerabeelden terug te kijken.
9. In geval de beheerder een bewerker inschakelt, geeft deze de bewerker de opdracht om te handelen conform dit reglement.

Artikel 4 – Inrichten camerasysteem en beveiliging

1. De functioneel beheerder is verantwoordelijk voor de inrichting van het camerasysteem en de plaatsing van de camera’s, binnen de kaders van de door de directie uitgevoerde privacytoets als bedoeld in artikel 3 lid 2.
2. De beheerder zorgt voor passende technische en organisatorische maatregelen om de camerabeelden te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatig gebruik. Deze maatregelen garanderen, rekening houdend met de stand van de techniek (zoals te doen gebruikelijk in de informatiebeveiligingen beveiligingsbranche) en de kosten van de tenuitvoerlegging, een passend beveiligingsniveau gelet op de risico’s van het cameratoezicht en de aard van te beschermen camerabeelden met zich meebrengen. De maatregelen betreffen het camerasysteem, en de serverruimte.
3. Het terugkijken van opgenomen camerabeelden geschiedt in aanwezigheid van ten minste een daartoe bevoegd verklaard persoon.
4. De met cameratoezicht belaste medewerkers gaan vertrouwelijk en integer om met de kennis die zij tot zich nemen vanwege het cameratoezicht, in het bijzonder met betrekking tot de privacy van medewerkers en bezoekers. Voor zover daar arbeidsrechtelijk niet in is voorzien, sluit de beheerder daartoe een geheimhoudingsverklaring (conform het model van Wepaq) met de functioneel beheerder(s), technisch beheerder(s) en/of bevoegde medewerker(s).
5. De functioneel beheerder draagt er zorg voor dat het cameratoezicht kenbaar wordt gemaakt aan medewerkers en bezoekers op zichtbare en herkenbare wijze, zoals, maar niet beperkt tot, borden en stickers bij de ingang van de gebouwen of terreinen van Wepaq.
6. Voor zover er in het camerasysteem camerabeelden worden opgeslagen, worden deze beelden uiterlijk vier weken na de opname automatisch gewist, tenzij er een incident is geconstateerd op basis waarvan het noodzakelijk is de met het incident samenhangende camerabeelden te bewaren. Na afhandeling van het incident worden de betreffende camerabeelden (en eventueel gemaakte kopieën of afdrukken) gewist.
7. Het terugkijken van opgenomen camerabeelden of het uitgeven daarvan is niet toegestaan in openbare ruimte.
8. Voor zover er live camerabeelden worden uitgekeken in een andere ruimte dan de serverruimte zijn er technische en organisatorische maatregelen genomen die het onbevoegd meekijken zoveel als redelijkerwijs mogelijk voorkomen.
9. Voor zover er bij het inrichten van het camerasysteem voor gekozen wordt om de medewerkers en bezoekers via een monitor live terugkoppeling te geven van de camerabeelden, hebben deze live camerabeelden alleen betrekking op de ruimte waarin de betreffende medewerkers en bezoekers zich op dat moment begeven.
10. Bewerking van camerabeelden vindt slechts plaats in het kader van het verscherpen van deze camerabeelden

Artikel 5 – Inzage en uitgifte opgenomen camerabeelden aan derden

1. Op verzoek van politie, rechter-commissaris of (hulp)officier van justitie kan inzage worden gegeven in (opgenomen) camerabeelden in het kader van de uitoefening van diens publiekrechtelijke taak.
2. Uitgifte van camerabeelden vindt slechts plaats op vordering van de politie, rechter-commissaris of (hulp)officier van justitie waarbij de vordering gebaseerd is op een wettelijke grondslag.
3. Alvorens tot inzage of uitgifte over te gaan, legitimeert de betreffende functionaris zich vooraf ten overstaan van de functioneel beheerder en tekent voor ontvangst van de uitgegeven camerabeelden.
4. De inzage en uitgifte wordt door de functioneel beheerder geregistreerd.
5. Aan andere derden wordt geen inzage in de camerabeelden gegeven, of camerabeelden uitgegeven, anders dan met de uitdrukkelijke toestemming van de betrokken student, medewerker of bezoekers.

Artikel 6 – Rechten van betrokkenen
1. Betrokken medewerkers en bezoekers komen de rechten toe zoals bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens. Hieronder vallen het recht op inzage, correctie en verwijdering van camerabeelden waarop zij zijn afgebeeld.
2. Een verzoek tot inzage in camerabeelden geschiedt schriftelijk of per e-mail aan de functioneel beheerder, die binnen 3 werkdagen na ontvangst van het verzoek inhoudelijk zal reageren.
3. Het verzoek tot inzage wordt afgewezen wanneer het verzoek tot inzage in camerabeelden ongespecificeerd is, de identiteit van de verzoeker niet vastgesteld kan worden, of als met dit verzoek kennelijk misbruikt van recht wordt gemaakt.
4. In geval van een incident, kan een inzageverzoek worden geweigerd als dat noodzakelijk is in het belang van de (verdere) voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten.
5. Voor klachten over de toepassing van het camerasysteem, dit reglement en over het gedrag van de beheerder, functioneel beheerder of de bevoegde medewerkers, worden de reguliere klachtenprocedure gevolgd zoals die door de directie is vastgesteld.

Artikel 7– Heimelijk cameratoezicht

1. Heimelijk cameratoezicht is slechts toegestaan indien regulier cameratoezicht en andere door Wepaq genomen maatregelen en inspanningen, niet hebben geleid tot beëindiging van de structurele incidenten. Het inzetten van heimelijk cameratoezicht is niet mogelijk voor preventieve doeleinden.
2. Voornoemd heimelijk cameratoezicht mag alleen tijdelijk (maximaal 3 weken) en op zodanige wijze worden ingezet, dat sprake is van een minimale inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de medewerkers en bezoekers.
3. Heimelijk cameratoezicht is uitsluitend toegestaan na specifieke voorafgaande schriftelijke toestemming van de functioneel beheerder en onder vermelding van de voorwaarden waaronder het heimelijk cameratoezicht plaatsvindt.
4. Wepaq informeert – voor zover redelijkerwijs mogelijk als noodzakelijk – achteraf de betrokken medewerkers en bezoekers over het toegepaste heimelijk cameratoezicht.
5. Heimelijk cameratoezicht is uitsluitend toegestaan in ruimtes waar reeds cameratoezicht aanwezig is.

Artikel 8 – Verslaglegging en rapportage

1. De functioneel beheerder rapporteert tenminste jaarlijks aan de beheerder en de directie over het toegepaste cameratoezicht, waaronder begrepen is een verslag over de verstrekkingen van camerabeelden zoals bedoeld in artikel 5.
2. Jaarlijks wordt door de directie gerapporteerd aan de medewerkers betreffende het voorafgaande jaar (over aard, frequentie en lengte van het toezicht) indien heimelijk cameratoezicht is toegepast.

Artikel 9 – Slotbepalingen

1. De directie stelt dit reglement vast. Voorafgaand aan het vaststellen, wijzigen of intrekken van dit reglement cameratoezicht, worden medewerkers hierover geïnformeerd.
3. Het reglement treedt onmiddellijk in werking. Een wijziging in dit reglement treedt in werking binnen 30 dagen na bekendmaking van de wijziging.

2. Inleiding Cameratoezicht Bedrijven

Cameratoezicht, ook wel bekend onder het Engelse begrip CCTV, wordt in verschillende situaties gebruikt, bijvoorbeeld om personen en eigendommen te beschermen. Gemeentes gebruiken bijvoorbeeld cameratoezicht in het kader van veiligheid op straat. Het is hierbij van belang dat organisaties zorgvuldig met camerabeelden omgaan. Ook bedrijven maken gebruik van cameratoezicht.

Het inzetten van cameratoezicht past in een groter pakket aan fysieke maatregelen dat wordt toegepast om de veiligheid van medewerkers en bezoekers binnen en in de directe omgeving van locaties van Wepaq te waarborgen. Cameratoezicht mag geen doel op zichzelf zijn. Cameratoezicht maakt deel uit van een totaalpakket aan maatregelen rondom beveiliging en sociale veiligheid binnen Bedrijven.

Binnen Wepaq hangen reeds vanaf de start in 2019 camera’s. Bijvoorbeeld om vernielingen of diefstal tegen te gaan. Maar er is ook sprake van een de inbreuk op de privacy van medewerkers en bezoekers als cameratoezicht wordt toegepast. Daarom mogen Bedrijven alleen camera’s ophangen als zij aan een aantal voorwaarden voldoen. Ook moeten zij ervoor zorgen dat de inbreuk op de privacy zo klein mogelijk is. Het uitgangspunt blijft dat mensen onbevangen zichzelf moeten kunnen zijn. Bijvoorbeeld een camera in toiletten gaat daarom te ver, omdat mensen dan ontkleed in beeld kunnen komen.

Deze handreiking cameratoezicht helpt Bedrijven om het gebruik van camera’s goed te regelen, en daarbij de privacy van medewerkers en bezoekers te waarborgen. Het bijgesloten reglement cameratoezicht heeft betrekking op die locaties van Bedrijven waar toezicht door middel van camerasystemen wordt ingezet. Het geeft een beschrijving van taken, verantwoordelijkheden en procedures met betrekking tot het cameratoezicht, met het oog op integer gebruik van het camerasysteem en de bescherming van privacy van medewerkers en bezoekers

3. Randvoorwaarden cameratoezicht

3.1. Verantwoordelijkheid

Het zorgvuldig omgaan met gegevens is (wettelijk) de verantwoordelijkheid van Bedrijven, in dit geval van Wepaq. De Wet bescherming persoonsgegevens1 wijst het bevoegd gezag, concreet de directie, aan als verantwoordelijke om de privacy van medewerkers en bezoekers te regelen. Bedrijven kunnen deze verantwoordelijkheid niet afwentelen op bijvoorbeeld haar leveranciers (die in het kader van de privacywetgeving ook wel bewerkers worden genoemd).

De persoon op wie de persoonsgegevens betrekking hebben, noemen we betrokkene: dat kan een medewerker zijn of zelfs bezoekers.

Wanneer Bedrijven een extern beveiligingsbedrijf inhuurt, dan is dat bedrijf een bewerker. Dat betekent onder meer dat Bedrijven aparte afspraken (bewerkersovereenkomst) maakt over de toegang tot en gebruik van het camerasysteem en de camerabeelden. Het beveiligingsbedrijf moet zich houden aan de instructies van Bedrijven, en dus ook aan het reglement cameratoezicht.

Als een bedrijf cameratoezicht wil inzetten, dan ligt de eindverantwoordelijkheid daarvoor bij de directie. Die stelt een reglement vast met randvoorwaarden en waarborgen waar het toezicht aan moet voldoen. De directie kan een deel van haar beslissingsbevoegdheid overdragen aan één of meerdere personen in de organisatie om praktisch uitvoering te geven aan het cameratoezicht. Denk bijvoorbeeld aan een veiligheidscoördinator, hoofd beveiliging, manager HRM of facilitair manager. Deze persoon legt verantwoording af aan de directie.

3.2. Randvoorwaarden

De wetgever geeft bedrijven een aantal randvoorwaarden mee waar cameratoezicht aan moet voldoen. De toezichthouder in Nederland op het gebruik van persoonsgegevens, de Autoriteit Persoonsgegevens, heeft dit uitgewerkt in een de Beleidsregels cameratoezicht van 28 januari 20162 .

3.2.1. Gerechtvaardigd belang

Het bedrijf moet een zogeheten gerechtvaardigd belang hebben voor het cameratoezicht. Bijvoorbeeld diefstal tegengaan of de sociale en fysieke veiligheid van medewerkers en bezoekers beschermen.

3.2.2. Noodzaak cameratoezicht

Het cameratoezicht moet noodzakelijk zijn. Dat wil zeggen dat het bedrijf het doel niet op een andere manier kan bereiken. Het bedrijf moet eerst nagaan of er geen andere mogelijkheid, die minder ingrijpend is voor de privacy van betrokkenen. Ook mag het cameratoezicht niet op zichzelf staan. Het moet onderdeel zijn van een totaalpakket aan maatregelen in het kader van beveiliging en sociale veiligheid.

3.2.3. Doel en doelbinding

Het inzetten van cameratoezicht, en het gebruik van de (opgenomen) beelden, is alleen toegestaan voor een beperkt aantal vooraf vastgestelde doelen. Dit zijn:

  1. de bescherming van de veiligheid en gezondheid van medewerkers en bezoekers;
  2. de beveiliging van de toegang tot gebouwen en terreinen;
  3. de bewaking van zaken die zich in gebouwen of op terreinen bevinden;
  4. het vastleggen van incidenten.

Het gebruik van de camerabeelden voor bijvoorbeeld interne trainingen of educatieve doeleinden, is dus niet toegestaan. Onder deze doelen valt niet het gebruik van camerabeelden voor absentie- of aanwezigheidscontrole of als personeelsvolgsysteem.

1 Vanaf 25 mei 2018 is dit de Algemene Verordening Gegevensbescherming
2 https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/sites/default/files/atoms/files/beleidsregels_cameratoezicht-.pdf

3.2.4. Privacytoets

Het bedrijf moet eerst een privacytoets uitvoeren alvorens er besloten wordt tot het inrichten en gebruiken van cameratoezicht. Betrek bij deze toets de functionaris voor gegevensbescherming. Bij deze toets maakt men de afweging tussen de privacybelangen van de medewerkers en bezoekers en de wens om cameratoezicht te gebruiken. Daarbij kan meewegen of camerabeelden alleen ‘live’ worden meegekeken, of dat er ook beelden worden opgenomen (wat doorgaans als een grotere inbreuk op de privacy wordt gezien). Ook de gebruikte cameratechniek kan relevant zijn: de ene camera- of softwaretechniek kan ingrijpender zijn dan de andere. Ook het maken van opnames met of zonder geluid is belangrijk. Het bedrijf moet kunnen uitleggen waarom het toepassen van cameratoezicht belangrijker is dan de mogelijke inbreuk op de privacy van de betrokkenen.

3.2.5. Informatieplicht cameratoezicht

Het bedrijf moet ervoor zorgen dat de medewerkers en bezoekers weten dat er een camera hangt. Bijvoorbeeld door bordjes (bij de ingang) op te hangen, het reglement cameratoezicht publiekelijk beschikbaar te stellen en voorafgaand aan aanvang dienstverband aan te geven dat er gebruik wordt gemaakt van cameratoezicht.

3.2.6. Bewaartermijn camerabeelden

Het bedrijf mag de camerabeelden niet langer bewaren dan noodzakelijk is. De richtlijn van de Autoriteit Persoonsgegevens is gesteld op maximaal 4 weken. Voor een geconstateerd incident (diefstal, fraude of mishandeling, etc.) mag het bedrijf de incident betreffende beelden bewaren tot het incident is afgehandeld, waarna die beelden moeten worden verwijderd. Binnen Wepaq is de bewaartermijn vastgesteld op maximaal 4 weken.

3.2.7. Heimelijk cameratoezicht

Het gebruik van verborgen camera’s, zonder daarover de betrokken personen te informeren, is normaal gesproken niet toegestaan. Alleen in geval van duidelijke en concrete vermoedens van bijvoorbeeld diefstal of fraude door bezoekers of medewerkers heeft, mag er onder strikte voorwaarden gebruik worden gemaakt van heimelijk cameratoezicht. Belangrijk is dat in het reglement cameratoezicht de medewerkers en bezoekers vooraf er op gewezen zijn dat verborgen camera’s in bepaalde situaties (bijvoorbeeld diefstal of fraude) mogelijk zijn. Het heimelijk cameratoezicht moet zelf ook beperkt zijn: bij overlast in de avonduren is het overdag toepassen daarvan niet proportioneel; evenmin is het filmen van een gehele gang niet noodzakelijk indien er zich alleen bij één specifieke deur of ruimte incidenten voordoen.

3.2.8. Meldingsplicht cameratoezicht

Het toepassen van cameratoezicht hoeft – in beginsel – niet te worden gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens (of functionaris voor gegevensbescherming). Er moet dan wel voldaan zijn aan de hiervoor genoemde randvoorwaarden, en het gaat om duidelijk zichtbare camera’s. De vrijstelling geldt dus niet voor heimelijk cameratoezicht. Dat moet nadrukkelijk wél worden gemeld.

3.2.9. Beveiliging

De toegang tot en gebruik van camera’s en opgenomen camerabeelden moet adequaat beveiligd zijn. Denk hierbij aan het instellen van de juiste autorisaties: niet iedereen hoeft toegang te hebben tot alle beelden. Ook de apparatuur waarop de beelden worden opgenomen of opgeslagen, moeten zijn beveiligd door bijvoorbeeld de recorders in een afgesloten kast te plaatsen. Houd ook rekening met technisch of functioneel beheer, en het verkrijgen van fysieke toegang tot de opgenomen beelden (toegang serverruimte bijvoorbeeld). Hetgeen met inachtneming van Artikel 38 Vrijstellingsbesluit Wbp.

3.2.10. Rechten betrokkenen

De wet geeft medewerkers en bezoekers een aantal rechten. Belangrijk is om te beseffen dat de medewerkers en bezoekers het recht hebben op de beelden in te zien waarop zij zelf te zien zijn. Dit gaat dus niet om beelden waarop enkel hun eigendommen te zien zijn. Dit verzoek mag niet worden geweigerd om personele of administratieve lasten van Bedrijven te beperken. Wél mag een dergelijk inzageverzoek worden afgewezen wanneer het inzageverzoek ongespecificeerd is, of als het inzagerecht kennelijk misbruikt wordt4 . Hiernaast mag een inzageverzoek worden geweigerd als het noodzakelijk is in het belang van de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten.

3.2.11. Inzage door en verstrekking aan derden

De (opgenomen) camerabeelden worden alleen intern gebruikt indien dat past binnen de vastgestelde doeleinden voor cameratoezicht. Derden krijgen alleen inzage in de camerabeelden met uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene. Een andere grond is als inzage of verstrekking van de beelden noodzakelijk is op grond van een wettelijke verplichting of voor de goede vervulling van de (publiekrechtelijke) taak van politie en justitie in het geval van incidenten en opsporing. Hieronder valt ook het verstrekken van beelden aan bij wet ingestelde inlichtingendiensten zoals de AIVD.

3.3. Rol van de medewerker

Cameratoezicht betreft de privacy van medewerkers en bezoekers. Bij het vaststellen, wijzigen of intrekken van het reglement cameratoezicht, worden de medewerkers hiervan op de hoogte gebracht. Het gaat immers om ‘een regeling omtrent het verwerken van alsmede de bescherming van de persoonsgegevens van de in de onderneming werkzame personen’. Voor wat betreft bezoekers is er geen expliciet recht op in kennisstelling met het reglement cameratoezicht.

Zie de richtlijn van de Autoriteit Persoonsgegevens voor een toelichting.

Do’s en don’ts

Do’s

  • Zorg bij de ingangen van de gebouwen of ruimtes voor duidelijke borden en stickers waarop gemeld is dat er cameratoezicht wordt toegepast.
  • Zorg dat het reglement cameratoezicht door de directie wordt vastgesteld na kennisname van de medewerkers.
  • Zorg vooraf voor een transparante verdeling van rechten en bevoegdheden voor medewerkers die betrokken zijn bij het cameratoezicht.

Don’t

  • Gebruik het cameratoezicht niet voor het beoordelen van functioneren van medewerkers.
  • Pas geen cameratoezicht toe in kleedruimtes of toiletten.
  • Pas heimelijk cameratoezicht niet permanent toe.
  • Verstrek niet zomaar camerabeelden aan anderen, anders dan aan politie, justitie en inlichtingendiensten (AIVD).

LOCATIES WAAR CAMERA’S GEPLAATST ZIJN (20-03-2019)

  • 1x camera aan de gevel van pand 11, gericht op de parkeerplaatsen
  • 1x camera aan de gevel van pand 13, gericht op de parkeerplaatsen
  • 1x camera aan de gevel van pand 11, gericht op de zijkant van het pand
  • 1x camera aan de gevel van pand 13, gericht op de zijkant van het pand
  • 1x camera in entreehal van pand 11, gericht op de voordeur
  • 1x camera in de VAS/retour ruimte, gericht op de gehele ruimte
  • 3x camera’s in de magazijnruimte van pand 11, gericht op de looppaden en stellingen
  • 1x 360 graden camera in de magazijnruimte van pand 13, gericht op de pickstellingen
  • 1x camera in de magazijnruimte van pand 13, gericht op de roldeur en entreedeuren van het magazijn
  • 6x camera boven  inpaktafel, gericht op de inpaktafel